Historiek

Van waar we komen / hoe het groeide

Het besef dat armoede niet verdween met liefdadigheid bewijst ons de geschiedenis. Dankzij vele denkers en doeners begon men, met de ideeën verwoord in diverse mensenrechtenverklaringen, in te zien dat armoede een schending is van het “mens zijn” , en dat men dit onrecht niet uit de wereld krijgt met liefdadigheid alleen.

In Frankrijk was père Joseph Wresinski één der eersten die niet alleen een theorie op papier zette, maar ook daadwerkelijk samen met de kansarmen ging werken, en zo een voorbeeld gaf. Ook in ons land ontstonden groepen van kansarmen en medestanders die samen de weg van solidariteit gingen.Maar niet alleen in ons land, ook op het hoogste niveau kwam deze problematiek en de nieuwe benadering in de schijnwerpers. Zo riep de UNO in 1993 17 oktober uit tot “Werelddag van Verzet tegen extreme Armoede en Uitsluiting”.

In de stad Aalst waren ondertussen tal van spontane initiatieven genomen om een antwoord te geven op de vele problemen. Al deze groepen leverden puik werk, maar de grote gemeenschap bleef eerder afzijdig, kende wel het probleem in de derde wereld, gelukkig maar. Maar hier bij ons werd het letterlijk doodgezwegen.

Met het uitroepen van de “Werelddag” in 1993 nam het Priester Daensfonds het initiatief om in 1994 ook in Aalst deze dag onder de aandacht te brengen. Vanuit de grondgedachten van Priester Daens had het fonds enkele jaren eerder al een initiatief i.v.m. democratie genomen. Vanaf 1994 wou het de “armoede” aan de orde stellen. Samen met de inmiddels opgerichte Vierdewereldgroep “Mensen voor Mensen” werd een studiedag met solidariteitsmanifestaties ingericht in De Werf.

Die dag deed Luk Bombeeck een oproep om het zeker niet te laten bij deze ene dag, en er ook een “praatdag” van te maken. Hij riep de Aalstenaars op om er volgend jaar iets groots van te maken, zodat ook de grote gemeenschap weet kreeg van deze problematiek. Binnen het “Coördinatiecomité voor Welzijnsbeleid” – het Coco voor ingewijden – werkte een werkgroep die op de “Stop de Armoede-dag” 14 okt. ’95 de ganse Grote Markt overrompelde, een CD uitbracht, en vooral een grote bekendheid en solidariteit opwekte. De opbrengst ging naar de “Kansenpas” die sindsdien een vaste waarde bleef.

Op 15 oktober ‘95 sprak Ulrich Librecht voor het Priester Daensfonds over “In Arren Moede”, rede die achteraf uitgewerkt en uitgegeven werd, en veel weerklank kreeg in Vlaanderen. Zo groots als in 1995, dat bleek niet jaarlijks haalbaar. Maar toch werd elk jaar rond 17 oktober de “stad” wakker geschud met één of andere actie.

In 1996 diende de werkgroep opnieuw samengesteld doordat vanuit het toenmalig stedelijk beleid de spilfunctie vanuit het CoCo (Aalsters Coördinatiecomité voor Welzijnsbeleid; secretariaat in stadsdienst) werd gestopt. Onder impuls van het toen pas opgerichte Steunpunt Welzijn werd dit jaar gewerkt rond “sociaal ondernemen”, met een happening op de parking van het OCMW. Toen werden individuele sponsors gezocht voor het op gang brengen van de kansenpaswerking, wat inmiddels een bloeiende werking geworden is van ‘cultuuropbouwwerk’ en samenwerking tussen inzonderheid vierdewereldgroep en stad/OCMW. De namen van de schenkers werden vastgelegd op tegels, die 2008 tot het tegelmonument zouden leiden . Ondertussen creëerde Steunpunt Welzijn “De Zetel”, een toneelstuk dat vier jaar lang door Vlaanderen ging en met 100 voorstellingen heel wat mensen in contact bracht met de problematiek.

In 1997 stond “Dakloos-Thuisloos” centraal. Met straattoneel in “Pieter Van Aelst” werd dit belicht.

In 1998 werden de jeugd en de “rechten van het kind” in de belangstelling geplaatst. Centraal stond in dit verband het recht op onderwijs, bedreigd door o.m. de hoge schoolkosten. Dit thema wordt vanuit Aalst sterk aangekaart door de vzw SOS Schulden op School. Die 17de oktober onthulden Herman Balthasar, gouverneur, met enkele voorstanders het tegelmonument, dat een definitieve plaats kreeg aan het OCMW-gebouw.

In 1999 was het weer tijd om onze stem in het stadscentrum te laten horen. Gewapend met een platformtekst rond werkloosheid, huisvesting, recht op cultuur, onderwijs, menselijke waardigheid, tegen uitsluiting i.v.m. gezondheidszorg en tegen de reclameverleiders werd een optocht gehouden. De weerklank, zowel in de media als bij het publiek, was groot.

2000 zou het “standbeelden”-jaar worden. De tocht werd aan elk standbeeld onderbroken voor een straattoneel dat de diverse aspecten en oorzaken van armoede aanbracht en aanklaagde. Dankzij de samenwerking met de werkgroep Internationale Samenwerking en het Vredeshuis werd de armoede-problematiek van september tot november naar voor gebracht. Het gemeenschappelijk motto was: Uitbuiting neen, uitsluiting neen, vrede ja.

De daaropvolgende jaren werd de traditie nooit onderbroken.
2001: in CC De Werf ging een tentoonstelling met Eigen Werk vanuit de Aalsterse vierdewereldgroep Mensen voor Mensen door, die geopend werd op de vooravond van een plechtrigheid aan het tegelmonument “Stop de Armoede” (Gasthuisstraat 40, Aalst – nabij het OCMW. Het: solidariteitskoor Dwarsbalk verleende zijn medewerking. Er vond een bloemenhulde plaats voor de slachtoffers van de sociale uitsluiting.
In 2002 (overgangsjaar: van SIF naar Stedenfonds) werd op de Grote Markt (zaterdagmarkt) in de kijker gezet welke uiteenlopende projecten en diensten er in Aalst actief zijn rond armoede.
Voor het eerst vonden in 2003 dialooggesprekken plaats met deelname van armen zelf, welzijnswerkers en gemeenteraads- en OCMW-leden. Vooral de thema’s ‘rechten en plichten’ en ‘wonen’ werden uitgewerkt. Dit leidde tot een manifest, dat voorgedragen werd op een academische zitting in het Onthaalcomplex Keizershallen op de Werelddag van verzet tegen extreme armoede en uitsluiting, vrijdag 17 oktober 2003.
In dialoog samen-werken tegen armoede
In 2004 stonden de precaire woonomstandigheden centraal. Enerzijds werd het thema verder opgenomen in de Stedelijke Woonraad. Anderzijds werd het op de Grote Markt– tijdens de zaterdagmarkt – aanschouwelijk voorgesteld. Voor het bouwen van een symbolisch huis werd de medewerking verkregen van De Horizon.
In 2005 werd het thema ‘armoede en energie’ aanschouwelijk voorgesteld, met een 6-ampèrepaneel, deze keer in samenwerking met het KTA Welvaartstraat. Op te merken is ook dat rond energie dialooggesprekken plaatsvonden tussen armen, welzijnswerkers én beleidsmensen. Dit leidde tot de uitgave van een opgemerkte brochure die op 15 juni 2006 voorgesteld werd in de Belfortzaal.
In 2006 stonden de grondrechten (art. 23) centraal. In samenwerking met het VTI kon een ‘Rad van 23’ opgesteld worden op de Grote Markt.

‘Stop de Armoede’ heeft dus als initiatief zijn wortels in de ‘civil society’, vond al snel de link met het lokaal sociaal beleid via het ‘CoCo’ en groeide jaar na jaar uit tot een spontaan samenwerkingsplatform waarin uiteenlopende organisaties deelnemen. In 2007 is ook het OCMW toegetreden als actief lid in de werkgroep. Toch was er ook de vorige jaren steeds logistieke en beperkte financiële steun vanwege stad en OCMW.
Het open netwerkkarakter van de Werkgroep Stop de Armoede blijft gehandhaafd o.m. door de keuze om niet uit te groeien tot een zelfstandige ‘vereniging’ (vb. vzw). Het werk wordt verdeeld onder de verschillende deelnemende organisaties, rekening houdend met hun specifieke kerntaken en mogelijkheden. Voor de administratieve basiswerking staat Steunpunt Welzijn in, dat in het moeilijke jaar 1996 de continuïteit vrijwaarde door de heroprichting van de Werkgroep Stop de Armoede.